ZUIDLAREN - De rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft een man veroordeeld voor zware mishandeling, terwijl het de dood tot gevolg heeft gehad. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf en TBS. De verdachte en het slachtoffer waren beiden bewoner van een kliniek in Zuidlaren. De verdachte schopte het slachtoffer meerdere keren met harde karatetrappen tegen de borst. Het slachtoffer zat op een stoel en viel achterover, waarbij hij ongelukkig terechtkwam en zijn nek brak.

Causaliteit tussen mishandeling en dood slachtoffer

Voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde (zware mishandeling, terwijl het de dood tot gevolg heeft gehad) is vereist dat een causaal verband wordt vastgesteld tussen de gedragingen van de verdachte en de dood van het slachtoffer. De rechtbank overweegt dat uit het forensisch pathologisch onderzoek blijkt dat het overlijden van het slachtoffer kan worden verklaard door de gevolgen van het door verdachte veroorzaakte zwaar lichamelijk letsel. Een andere doodsoorzaak is niet gebleken.

De rechtbank is van oordeel dat de schoppen die verdachte heeft toegebracht aan het slachtoffer, ten gevolge waarvan hij met zijn stoel achterover is gevallen, de onmisbare schakels hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot zijn dood hebben geleid. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde zware mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad.


Strafmotivering

Verdachte heeft door zijn daad de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar leed toegebracht. Het slachtoffer en verdachte verbleven beiden op een woonafdeling van een kliniek in verband met psychiatrische problemen. Dit is een woonomgeving waar het slachtoffer zich juist veilig mocht kunnen voelen. Een dergelijk feit brengt gevoelens van verontwaardiging, onrust en onveiligheid met zich mee in de maatschappij en in het bijzonder bij de bewoners en personeel van de woonafdeling.

Oplegging straf en maatregel

De rechtbank is van oordeel dat alleen een gevangenisstraf passend en geboden kan zijn, gelet op de ernst van het feit. De rechtbank houdt ten aanzien van de duur van de gevangenisstraf rekening met de omstandigheid dat het bewezenverklaarde feit in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen is, zoals ook blijkt uit het rapport dat het Pieter Baan Centrum over de verdachte heeft opgemaakt. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf op van 504 dagen, gelijk aan de duur van het voorarrest. Tevens legt de rechtbank aan verdachte de maatregel TBS met dwangverpleging op.