Ernstig hoofdletsel
In de nacht van 30 november 2020 op 1 december 2020 wordt het 7 weken oude zoontje van verdachte onwel, terwijl verdachte, zijn vader, met hem alleen was. Hij maakt zijn toenmalige partner wakker en belt vervolgens 112. Bij het zoontje wordt in het ziekenhuis zeer ernstig hoofdletsel geconstateerd, net als meerdere zowel recente als oudere botbreuken. Op 1 december 2020 overlijdt de baby aan het hoofdletsel.
Rechtbank
De rechtbank veroordeelde de vader tot een gevangenisstraf van 8 jaar voor de doodslag op zijn zoontje en wees de vordering van de moeder van de baby voor het grootste gedeelte toe. Verdachte is in hoger beroep gegaan van deze uitspraak.
Nader onderzoek in hoger beroep
In hoger beroep is uitgebreid nader onderzoek gedaan. Drie contra-deskundigen rapporteerden op verzoek van de verdediging, waarvan één forensisch deskundige en twee kinderartsen. De kinderartsen kwamen tot de conclusie dat een deel van de hoofdletsels en de botbreuken van de baby ook medisch kunnen worden verklaard (bijvoorbeeld door ziekte of complicaties bij de geboorte). De forensisch deskundige kwam daarentegen, net als de drie bij de rechtbank geraadpleegde forensisch deskundigen, tot de conclusie dat het letsel het gevolg is geweest van een krachtsinwerking na de geboorte.
Op de zitting van het hof van 20 maart 2026 zijn alle deskundigen en kinderartsen gehoord door het hof. Het hof heeft vervolgens alle door de rechtbank genomen beslissingen opnieuw beoordeeld en komt – net als de rechtbank – tot het oordeel dat verdachte degene is geweest die het dodelijke letsel bij zijn zoontje heeft veroorzaakt. De door de kinderartsen genoemde alternatieve medische verklaringen voor (een deel van) de letsels, zijn op de zitting van het hof op essentiële onderdelen met argumenten weerlegd door de forensisch deskundigen. Op die weerlegging is geen afdoende weerwoord gekomen. Het hof heeft dan ook vastgesteld dat de letsels geen medische oorzaak hebben.
Klinische noodsituatie
Na het toebrengen van het letsel aan de hersenen moet bij het zoontje van verdachte onmiddellijk sprake zijn geweest van een klinische noodsituatie. Het zoontje van verdachte was nog in orde toen zijn moeder ongeveer een half uur daarvoor naar bed ging. Dat betekent dat het letsel moet zijn ontstaan tussen het moment dat de moeder van de baby naar bed ging en het moment dat door de verdachte 112 is gebeld. Verdachte heeft daarnaast aangegeven dat de baby wegraakte en niet meer reageerde toen hij de baby de laatste fles gaf. Het hof beoordeelt deze situatie als de klinische noodsituatie waar de deskundigen over spraken. Het hof concludeert dat het letsel alleen kan zijn ontstaan toen verdachte alleen was met zijn zoontje.
Veroordeling
Het hof veroordeelt verdachte voor doodslag tot een gevangenisstraf van 7 jaar, onder meer omdat de procedure in hoger beroep langer heeft geduurd. De vordering van de moeder is toegewezen.

11.3 ℃






































