In het pand aan de Spilsluizen 5 te Groningen wordt een daklozenopvang uitgebaat door het Leger des Heils. Gemeente Groningen wil die daklozenopvang verhuizen naar het pand aan de Nieuwe Boteringestraat 28-30.
Vorige kort geding
De omwonenden van dat pand zijn in januari 2026 tegen dat plan een kort geding tegen Gemeente Groningen gestart. De voorzieningenrechter heeft toen geoordeeld dat Gemeente Groningen in strijd met de Participatieverordening handelde en de omwonenden alsnog de gelegenheid moesten krijgen om hun opvattingen aan Gemeente Groningen kenbaar te maken. Dat hebben de omwonenden gedaan. Zij hebben een zienswijze ingediend.
De omwonenden vinden opnieuw dat Gemeente Groningen onrechtmatig handelt
De omwonenden stellen in een nieuwe kort geding opnieuw dat Gemeente Groningen onrechtmatig handelt, omdat Gemeente Groningen niet op alle vragen/opmerkingen van de omwonenden heeft geantwoord, Gemeente Groningen (daarover) niet met de omwonenden in gesprek wil, het pand aan de Nieuwe Boteringestraat 28-30 vanuit veiligheidskundig oogpunt onvoldoende beheersbaar is en Gemeente Groningen in strijd met aanbesteding- en staatsteunregels handelt. Gemeente Groningen vindt dat zij de Participatieverordening heeft nageleefd, de locatie geschikt is voor de daklozenopvang en er geen sprake is van schending van aanbesteding- en staatsteunregels.
De voorzieningenrechter: Gemeente Groningen handelt niet onrechtmatig
De voorzieningenrechter benadrukt dat het niet aan de rechter is om keuzes te maken over een nieuwe locatie voor de daklozenopvang. Dat is aan het gemeentebestuur en de raad. De rechter kan alleen de rechtmatigheid van de gemaakte keuze toetsen. De vraag die voorligt is of het aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat Gemeente Groningen onrechtmatig handelt door het pand aan de Nieuwe Boteringestraat 28-30 te verhuren aan het Leger des Heils in de wetenschap dat het Leger des Heils dat pand zal gebruiken voor de daklozenopvang.
De voorzieningenrechter acht dat niet aannemelijk. Gemeente Groningen had naar het oordeel van de voorzieningenrechter ten aanzien van het participatieonderdeel ‘luisteren’ geen zwaardere verplichting dan het kennisnemen van de meningen van omwonenden. Gemeente Groningen heeft met het eindverslag van de participatie laten zien dat zij daaraan heeft voldaan. Dat Gemeente Groningen de opvattingen van de omwonenden niet doorslaggevend heeft laten zijn bij haar keuze om de daklozenopvang te verhuizen naar het pand aan de Nieuwe Boteringestraat 28-30 stond haar vrij.
Verder hebben de omwonenden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de veiligheidsrisico’s en de te verwachten overlast – ook na de door het Leger des Heils en Gemeente Groningen te treffen maatregelen – dusdanig groot zijn dat Gemeente Groningen onrechtmatig handelt door (desondanks) het pand aan de Nieuwe Boteringestraat 28-30 te verhuren aan het Leger des Heils ten behoeve van de daklozenopvang.
Tot slotte oordeelt de voorzieningenrechter dat de omwonenden zich niet op Europese regels over staatssteun en aanbesteding kunnen beroepen, omdat zij geen concurrenten zijn van het Leger des Heils. Daarom is niet voldaan aan het wettelijke vereiste dat de rechtsplicht waarvan naleving wordt gevorderd moet strekken tot bescherming van het belang waarin de omwonenden zijn of dreigen te worden aangetast.

16.6 ℃






































